Tsjonge, zo zitten we alweer in zuid Maleisië! Een hoop gezien de afgelopen dagen, wat gaat dat weer snel.
Voor het eerst hebben we ons zowaar gehouden aan een plan! We hebben namelijk een auto gehuurd en ondertussen al bijna 1000km gereden. In Kota Bharu hebben we nog twee dagen rondgehangen en de eerste Maleisische sferen geproefd. Onwennig om alle gerechten weer opnieuw te moeten leren kennen en de gewoontes en gebruiken, maar zo langzaamaan krijgen we een steeds beter beeld.
In Kota Bharu hebben we bij Hawk, en lokaal verhuurbedrijf, voor 10 dagen een auto gehuurd. Een Proton Wira 1.5 Automatic. Helaas werd hij niet op de afgesproken tijd geleverd, waardoor we een halve dag verloren. Maar hierdoor hadden we mooi nog even de tijd om op de Pasar Besar te kijken. Een hysterische markt in een groot complex, waar kippen werden geslacht en sarongs werden verkocht
(en nog veel meer natuurlijk). Vervolgens in de auto en, al links rijdend, op naar Gua M usang. Best lastig om een reis te plannen, als je geen flauw idee hebt hoeveel afstand je af kunt leggen op een dag. De wegen hier zijn redelijk, maar sommige minder grote wegen zijn rampzalig. Dat houdt in dat er continu enorme gaten in het asfalt zitten, waar je omheen moet slingeren en vervolgens je tegenliggers moet ontwijken. Oftewel: harder rijden dan 60 km/u zit er dan niet in. Wanneer de wegen wel goed zijn voelt 100 km/u echt als enorm snel, dus dat rijden we dan ook bijna niet. Lucie houdt zich goed in de auto! Fijn om dat vertrouwen te hebben
Af en toe een “ooh” of “ahh” en slapen lukt nog niet, maar verder krijg ik weinig afkeurende blikken
Ook doet Lucie het goed als LucieLucie (TomTom?), hoewel een TomTom niet zegt “Ik zeeeiiii tooooch links – af!”
Erg leuk om hier te rijden en af en toe een twijfelachtig weggetje in te slaan. Dat hebben we vooral gedaan toen we richting Taman Negara reden, want dat was ons eerste echte doel in Maleisie. Dit 130 miljoen jaar onaangetaste regenwoud was onwijs bijzonder. Nauwelijks gecultiveerd (op een paar wandelpaden na) en niet aangetast door ijstijden, was de grootsheid indrukwekkend. En ondanks dat we veel te weinig tijd hadden (lees: te weinig energie om een meerdaagse trektocht te maken) hebben we goed de sfeer kunnen/mogen proeven. We hebben een uurtje na aankomst, met twee Belgen, een boottocht gemaakt naar een waterval. Echt prachtig om onder eeuwenoude, mega grote oer-bomen te varen in een super wendbare long-boat. Daar heerlijk zwemmen in een waterval, waar ik altijd wel even tijd voor nodig heb om ook daadwerkelijk het dreigende donkere (wat zit daar allemaal in???) water in te gaan. Ook Lucie deed stoer mee (ze zat er eerder in dan ik) en sprong als een echte kerel zeer elegant van een rots het water in.*PLONS*
De volgende dag hebben we op eigen gelegenheid een dagtocht gelopen en dat was heerlijk. Hoewel; het is zo ondragelijk benauwd warm, dat je na enkele stappen al een zweterige plakbende van jezelf gemaakt hebt. Niettemin hebben we maarliefst 5 km (pooh-pooh) gelopen waar we zo’n 5 uur over gedaan hebben
Maar het was prachtig. We hebben tegen alle plantjes “ooeeehh” en “aahhhh” gezegd en de vele foto’s (die we later zullen plaatsen) zijn daar getuigen van. Vooral heerlijk om de rust van het regenwoud te ervaren, ondanks het oorverdovende kabaal van de Put-Put vogels (lees: PPPPPUUUUUUTTTTTT-PUUUT-PUT-PUT!!!!!!), cicara “krekels” (lees: KRRIIIEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE!!!!!!) en het schrikken van de vallende blaadjes die we voor tijgers/pythons/buffels, etc. aanzagen. Moe maar voldaan lagen we vroeg op bed.
Dat betekend niet dat we ook goed kunnen uitslapen, want om ca. 5 a 6 uur schalt de oproep tot het gebed van ieder puntig gebouw. En wij sliepen recht naast een moskee. Niettemin begin ik dit wel steeds meer te waarderen, het geeft af en toe wel een kippenvelletje (mits de schreeuwerd een beetje mooi zingt). We moeten nog even uitzoeken wat er nou precies geschalt wordt.
Taman Negara hebben we goed op ons eigen houtje gedaan. Niets geen dure tours, gidsen en massa’s touristen, maar lekker met onszelf. En dat is precies waar we behoefte aan hebben. Een pluim voor Lucie en Jordy! Hoera
De volgende stop was Melaka, ten zuid-oosten van Kuala Lumpur aan de zee en een heel eind rijden vanaf Taman Negara. Daar zitten we nu deze weblog te typen. Lunchen met een “chicken rice” in dorpjes/stadjes (Bahau, Kuala Lipah) waar je echt geen enkele tourist tegenkomt (maar waar men toch nog engels spreekt), erg leuk.
Melaka, waar we het Stadhuys bezocht hebben en ons hebben verwonderd over de oud-nederlandse opschriften op de graven in de Christus Kerk en de St. Paul kerk. Ook de koloniaal Nederlandse (en Portugeese) invloed op de huizen hier is bijzonder om terug te zien. Dit alles stamt uit de tijd dat de VOC (vanaf 1641 zo’n 150 jaar) hier de macht in handen had. Iets waar de Melaka’s niet al te blij mee zijn, gezien de geschiedenisborden die we in de musea tegenkomen. De VOC heeft gezorgd voor de teloorgang van Melaka als belangrijke havenstad, omdat ze Bataviastad (in Indonesie?) wilden promoten. Maar niettemin worden we nog aardig gegroet als we vertellen dat we uit Belanda komen.
We hebben hier nu 2,5 dagen rondgelopen en veel gezien. De multi-culti van Maleisie staat hier met paal en perk boven water. In de straat waar ons guesthouse zit hoorden we het oproep tot gebed van de Islam over de daken schallen, terwijl we een chineese begravenis voorbij liepen en ons 5 meter later afvroegen wanneer die hindoe tempel nou open zou gaan (bleek de volgende ochtend te zijn). Heel bijzonder en bizar om te zien hoe dat hier allemaal samen leeft. Vooral de chineese invloed is duidelijk merkbaar, maar vooral ook omdat we in chinatown verblijven. Een uitstapje naar Little India leverde ons gisteren een heerlijke Toshia maaltijd op (nee, geen Toshiba laptop).
Morgen trekken we verder. Helaas is er in deze regio niet zo heel veel bijzonders te zien en leveren we pas op de 26e onze auto weer in op Kuala Lumpur airport. We willen niet te vroeg in KL arriveren: 5 dagen om die stad te verkennen lijkt ons meer dan genoeg. Waarschijnlijk gaan we nog een paar stranden bezoeken, Sri Menanti en Port Dickson. We bereiken wat we willen nu we met ons eigen vervoer reizen: uitrusten en onthaasten om niet helemaal doorgereisd terug te komen in NL. De hitte is nog wel iets wat de dagen soms zwaar maakt, maar dat is te overzien. Ons gevoel nu tegen het einde van de reis: we hebben gebackpackt door Thailand en zijn op vakantie in Maleisie.
Wat deze laatste dagen allemaal gaan doen horen jullie later, waarschijnlijk vanuit KL. Het eindpunt van onze reis.