Even heel hard nadenken wat we in de afgelopen periode allemaal al weer gedaan hebben…Een lading nieuwe foto’s is in ieder geval geplaatst. Dus kijk snel in het fotoboek.
Om te beginnen wil ik iedereen nog heel erg bedanken voor alle verjaardag felicitaties! Het is echt heel raar om hier jarig te zijn, zo ver weg van je normale leven. Na mijn verjaardagsontbijt had Jordy als verrassing een ‘special brownie’ geregeld! De bakkersvrouw kwam zachtjes zingend aanlopen met een met slagroom en aardbeien versierde brownie met kaarsjes! Echt super leuk en natuurlijk voelde ik me toen wel super jarig! Knap geregeld Jordy!
Diezelfde middag zijn we nog naar Ko Tarutao gereisd en daar met ons bagage 4 km door een prachtig stuk regenwoud gelopen op zoek naar een kampeerplek. Er reed overigens ook wel een vrachtwagen, die ons halverwege mee wilde nemen, maar wij wilden niet tot grote verbijstering van alle touristen. Uiteindelijk op een prachtig rustig strand aangekomen en een tent weten te bemachtigen wat het woord tent eigenlijk niet meer waard was… Maar het stond prachtig aan het strand en tussen de palmbomen, oftewel prachtig! Gelukkig had Jordy de tent nog wat weten op te knappen met stokjes als haringen, want het ging natuurlijk regenen. ‘s Avonds hadden we toestemming om een kampvuurtje te maken op het strand. Ondanks dat het hout behoorlijk was nat geregend wist Jordy het toch aan te krijgen. Heerlijk met een biertje bij het vuur gezeten en uitgekeken over zee. Al met al een hele bijzondere verjaardag!
De volgende dag zijn we ‘s middags weer op het vaste land aangekomen en met minibus naar Had Yai gereisd. Daar hebben we moeten overnachten om ‘s morgensvroeg een trein richting de Maleisische grens te kunnen halen. Toen we op Ko Tarutao waren hoorden we van onrusten in Bangkok, dat het hele openbaar vervoer plat lag, er stakingen waren en op televisie waren dramatische beelden met veel politiemacht te zien. Het werd ons niet helemaal duidelijk wat er nu precies aan de hand was, maar het had iets met de politiek te maken. Daarnaast stonden we nu op het punt het meest gevaarlijke deel van Thailand te doorkruisen met de trein. Waar 2 jaar terug nog aanslagen zijn gepleegd en het nog steeds politiek onrustig is. Én onze reisgidsen waren niet heel duidelijk in hoe en waar we nu precies de grens over zouden kunnen komen. Best spannend dus!
Ter geruststelling gingen er de volgende dag een aantal gewapende militairen mee in de trein die regelmatig langs liepen… op de een of andere manier werkt die geruststelling voor mij juist niet. Ook buiten zag ik naast het spoor regelmatig groepjes gewapende militairen staan. Deze stonden hier vast niet voor niets… Maar het verliep allemaal helemaal goed en zonder problemen. Het was denk ik de meest voorspoedigste reis ooit in de afgelopen tijd. Althans we waren in het grensplaatsje Su-ngai Kolok aangekomen vanaf daar hebben we even moeten zoeken naar waar we de grens over konden, dat bleek een kilometer lopen verderop te zijn. Oftewel op 14 maart 2010 hebben we Thailand achter ons gelaten en zijn we aangekomen in Maleisië! De stempels in ons paspoort zijn het bewijs daarvan.
Daar stonden we dan in Maleisië zonder Ringgit, de Maleisische munteenheid. Een luid schreeuwende chinese maleis bood aan geld te wisselen tegen (wat achteraf bleek) een hele goede koers. Staand in een overvolle kleine bus zijn we richting Kota Bharu gegaan en vonden na even zwoegen door de hitte een vies en twijfelachtige guesthouse.
Achter ons schalt het middaggebed ons om de oren uit een radio en onze eerste 24 uur in Maleisië zitten er al weer bijna op. Aangezien we in de meest conservatieve moslimprovincie van Maleisië zitten had ik veel hardheid en vrouw onvriendelijkheid verwacht (jaja, ook ik heb mijn vooroordelen), maar niets is minder waar. Ons eerste indruk is verrassend positief, het is hier rustiger (op schallende gebeden na), beter georganisserd (westerser?), bijna iedereen spreekt engels én er wordt eindelijk met ons gecommuniceerd over wat er om ons heen gebeurt. Iets waar de Thai nog wat van kunnen leren. Maar we missen ook direct al de mooie dingen uit Thailand: tuc-tuc’s (hoewel?), longtail boats, glimlachende mensen, de typische begroeting (sa-wat-dee-khaaaaaaaa). Stiekem houden we ook nog wat vast aan thailand, aangezien we de ringgit prijzen omrekenen naar baht i.p.v. euro’s. Vreemd om na zo’n lange reis zo’n prachtig land achter te laten en om nu nog een heel nieuw land te ontmoeten. Aan de ene kant iets waar we naar uitzien, maar ook wel enigzins vermoeiend aangezien we toch wel behoorlijk reismoe zijn.
De planning voor de komende dagen is dan ook dat we een auto gaan huren en zelf richting Kuala Lumpur gaan rijden. Dit geeft ons de ultieme vrijheid gemakkelijk te gaan en staan waar wij willen en we zijn alle mensenmassa’s om ons heen wel even zat. Nu maar hopen dat het kaartlezen samen goed gaat komen








































