Hoera! We hebben weer een internetcafe gevonden. In Loei om precies te zijn. Onuitspreekbaar voor ons Hollanders. Iets van luuhjj, met een laag trommelgeroffel vanuit je keel. Als eerste mag gezegd worden: we doen het ontzettend goed! Met ons gaat het goed (Lucie heeft slechts een immodium nodig gehad), het reizen gaat bijzonder goed (vandaag 8 uur met de bus gereisd) en we maken bijzonder goede keuzes met wie we wel/niet in zee gaan! Toppie dus. Hierdoor krijgen we steeds meer vertrouwen in ons reisvermogen
Foto’s laten nog weer even op zich wachten. Geen kabeltjes van de camera’s bij ons en computers met SD-sloten kennen ze hier niet. Vandaag een zeer lang verhaal, want we hebben veel gedaan en eindelijk tijd om het te vertellen.
Onverwachts zitten we nu in het Noordoosten. Niet omdat we een verkeerde bus hebben gepakt, maar omdat het eerder niet in onze planning voor kwam. De reden hiervoor was dat we nog even niet weer toe waren aan nog meer tempels. Gisteren hebben we namelijk Phanom Rung bezichtigd en daarbij over de Thais-Cambodiaanse grens kunnen gluren. Daarover straks meer.
Waannntttt… Eerste hebben we nog een 1,5 dag tour door het Khao Yai National Park gedaan. Deze tour hebben we geboekt in Ayuthaya en dat was best spannend. We hebben een hoop geld op de toonbank moeten leggen ( 4.700 Baht) en dan maar vertrouwen dat alles goed werd geregeld. Het “reisbureau” voelde echter goed aan en dit bleek uiteindelijk ook het geval. Alles prima verzorgd! We zijn met de trein van Ayuthaya naar Pak Chong gereisd, waar we werden opgepikt door ” Mike”. Een duitser die een guesthouse runt samen met zijn thaise vrouw. Een uur later zaten we in een pickup truck, samen met twee Vlaamse Belgen. Deze halve dag bestond uit: zwemmen in een bron (waar bleek dat Thaise mensen geen zwemkleding hebben, maar in gewone kleding zwemmen. Heel fijn voor Lucie in haar bikini), een grottempel bezichtigen en daarna iets heel bijzonders meemaken! We hebben 2,500.000 vleermuizen uit een grot zien en horen vliegen, bij zonsondergang. Meer dan 45 minuten ging dit door in een eindeloze sliert van zwarte stipjes die meedeinde met de wind. Zeer indrukwekkend en prachtig mooi.
De volgende dag ging om 6 uur de wekker en om 7uur zaten we weer, met dezelfde groep van vier, in een pickup truck met gids Bonsai. We hebben bijzondere volgens gezien (o.a. een Hornbill) en een trektocht door de jungle gemaakt, waarbij we vooral op ” jacht” gingen naar wilde olifanten. Heel bijzonder om niet over door mensen gemaakte paden te lopen, maar door brede paden van platgetrapjte jungle, gemaakt door een olifant. Verse keutels en een luide toeter maakte duidelijk dat we in de buurt zaten, maar helaas we hebben ze niet gevonden. Als bonus kregen we nog wel een paar gibbons te zien. Vervolgens vroeg onze gids: ” you want to catch crocodile?” En dat wilde we natuurlijk wel. Op dus naar een rivier met en 2 meter lange krokodil. 50-50% kans om hem te vinden, maar wederom helaas niet gelukt. Maar het was er niet minder leuk om! Hierna zijn we een waterval gegaan waar ook een deel van The Beach is opgenomen. Helaas mocht er niet gezwommen worden, maar er zijn weer een hoop mooi plaatjes geschoten. Toen we hier weer wegreden kwamen we enorm veel makaak aapjes tegen. Super! Als afsluiting van de dag zijn we wederom op olifantenjacht gegaan in de schemer. Dit was volgens ons een wedstrijd onder de gidsen, want alle tourguides kwamen we tegen op de weg (daar zijn de olifanten het beste te vinden). Wederom niets gevonden, maar leuk en spannend om te doen. Op een gegeven moment (het was ondertussen donker), scheurde we met de wagen ergens naar toe. En ja hoor, daar stonden alle andere wagens en… een olifant! Een mannetje, in zijn eentje een meter of 100 van ons vandaan. Heel bijzonder. We hoorden nog een harde toeter van de kudde een eindje verder op. Het teken dat ze weer verder (lees: weg) trekken. Moe maar voldaan kwamen we rond 20uur terug in het guesthouse en hebben heerlijk geslapen. Een prachtige 1,5 dagen!
Dus, om even uit te rusten ging de wekker de volgende dag (gisteren) weer om 7 uur en zijn we richting Phanom Rung gegaan. Dit is echt een fantastisch mooi Khmer tempelcomplex. Het is het twee na grootste (en mooiste) Angkor tempelcomplex, na Angkorwat in Cambodja en was de reis meer dan waard. De weg hierheen was een belevenis op zich. Er komen relatief weinig (binnen- en buitenlandse) touristen en is daardoor niet zo makkelijk te bereiken als alle andere trekpleisters. We zijn dus om 8 AM vertrokken vanuit Pak Chong met de bus (3 uur) naar Nang Rong. Een gigantische stad, waar wij zo ongeveer de enige toeristen waren (afgezien van allemaal enge, dikke, vieze mannen met thaise vrouwen en kinderen
). Hier hebben we onze tas in het guesthouse gedropt en zijn nog diezelfde middag met de bus naar Ban Ta Pek vertrokken (30 min). Dit was alemaal nog wel te doen, aangezien het openbaar vervoer hier bijzonder goed geregeld is. We staan echt verbaasd. Maar goed, daar stonden we dus in een gehucht (lees: het enige kruispunt) en moesten nog 8 km. Gelukkig stonden daar twee zeer behulpzame motortaxi’s! Voor het eerst achterop. Ik (Jordy) vond het geen probleem, maar Lucie heeft (bijna) de hele weg haar ogen dicht gehouden. Zelfs zo hard dat ze niet door had dat ik een tijdje buiten beeld was, omdat mijn petje was afgewaaid
En die moest ik natuurlijk terug! Maar veilig en wel zijn we aangekomen en 3 uur later werden we weer netjes opgehaald. Van de terugreis heeft Lucie een stuk meer kunnen genieten verteld ze me net. Phanom Rung was prachtig! En het was alles meer dan waard. Die nacht weinig geslapen, want Nang Rong blijkt een bijzonder lawaaierig nachtleven te hebben, al zaten we niet eens in het centrum
En dan is het vandaag! Om 6uur opgestaan en om 8uur zaten we in de bus naar Loei. We hebben ons laten informeren door de eigenaar van het guesthouse in Nang Rong en hij adviseerde ons hier heen te gaan. We willen namelijk naar Sukothai, maar zijn nog even niet toe aan NOG meer tempels en ook willen we even de echt grote steden (lees: hectisch, druk, lawaaierig) vermijden. We hebben de omgeving hier nog niet verkent, maar het plaatsje doet zeeeeeer authentiek aan. Het ligt tussen de bergen en er zijn een hoop bezienswaardigheden in de buurt. Maar het leukste: we zijn nagenoeg de enige (blanke) toeristen! We worden dan ook veel met grote verbazing aangestaard en begroet (” hellloooo”), nadat ze zijn bijgekomen van de schrik.
Thailand is te gek! We staan versteld van de bedrijvigheid van het volk hier. Overal waar je komt zijn spullen, spullen en spullen te koop en kun je eten, eten, eten, eten en eten. Toeristen of niet, dat maakt allemaal niets uit. Iedereen heeft wel een winkel of eettentje. Prachtig. Het openbaar vervoer is geweldig geregeld en de Thais zijn inderdaad altijd vriendelijk en hebben een chronische glimlach. Rest ons nog om Ina heel erg hartelijk te feliciteren (het is hier trouwens het jaar 2553)!!!
Sa-wat-dee-krap (Jordy), Sa-wat-dee-kha (Lucie) en lan gorne!